{"id":460,"date":"2020-03-30T11:38:03","date_gmt":"2020-03-30T09:38:03","guid":{"rendered":"https:\/\/userblogs.fu-berlin.de\/dutch\/?page_id=460"},"modified":"2022-08-23T10:57:02","modified_gmt":"2022-08-23T08:57:02","slug":"belgie-en-nederland-grammaticale-verschillen","status":"publish","type":"page","link":"https:\/\/userblogs.fu-berlin.de\/dutch\/nederlands-taalgebied\/belgie\/taalvarieteit-belgie\/belgie-en-nederland-grammaticale-verschillen\/","title":{"rendered":"Belgi\u00eb en Nederland: grammaticale verschillen"},"content":{"rendered":"\r\n<div class=\"wp-block-group alignfull\">\r\n<div class=\"wp-block-group__inner-container is-layout-flow wp-block-group-is-layout-flow\">\r\n<h1 class=\"wp-block-heading\">Grammaticale verschillen<img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" class=\"alignright size-full wp-image-635\" src=\"https:\/\/userblogs.fu-berlin.de\/dutch\/files\/2020\/04\/gehirn-e1585853622174.png\" alt=\"\" width=\"100\" height=\"100\" \/><\/h1>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n\r\n\r\n<h6 class=\"wp-block-heading\">Belgi\u00eb en Nederland<\/h6>\r\n\r\n\r\n\r\n<div class=\"wp-block-columns is-layout-flex wp-container-core-columns-is-layout-9d6595d7 wp-block-columns-is-layout-flex\">\r\n<div class=\"wp-block-column is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis: 66.66%\">\r\n<p>De taalkundige <a href=\"https:\/\/userblogs.fu-berlin.de\/dutch\/literatuur-kenmerken-belgisch-nederlands-en-nederlands-nederlands\/\">Walter Haeseryn (1996, 1999)<\/a> stelde vast dat Belgi\u00eb en Nederland het grootste deel van de grammaticaregels gemeenschappelijk hebben. De variatie op het gebied van de grammatica is dus beperkt. Verder is het zo dat de meeste verschillen geen absolute verschillen zijn maar graduele verschillen, met andere woorden: een verschijnsel komt in allebei de gebieden voor, maar in het ene meer dan in het andere. Hieronder staat een selectie van grammaticale verschillen tussen het Nederlands in Belgi\u00eb en Nederland. Opgelet: je kunt niet alle kenmerken bij alle sprekers of in alle teksten uit dat gebied terugvinden. Voor Belgi\u00eb is het soms moeilijk te bepalen of een kenmerk tot de <a href=\"https:\/\/userblogs.fu-berlin.de\/dutch\/nederlands-taalgebied\/belgie\/taalgebied-belgie\/nederlandse-standaardtaal-in-belgie\/\">standaardtaal<\/a> of tot de <a href=\"https:\/\/userblogs.fu-berlin.de\/dutch\/nederlands-taalgebied\/belgie\/taalvarieteit-belgie\/vlaamse-tussentaal\/\">Vlaamse Tussentaal<\/a> gerekend moet worden.<\/p>\r\n<\/div>\r\n\r\n\r\n\r\n<div class=\"wp-block-column is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis: 33.33%\">\r\n<figure class=\"wp-block-table\">\r\n<table>\r\n<tbody>\r\n<tr>\r\n<td><strong>Inhoudsopgave<\/strong><br \/><br \/>1. <a href=\"#woordvolgorde\">Woordvolgorde<\/a><br \/>2. <a href=\"#verba\">Werkwoorden (<em>verba<\/em>)<\/a><br \/>3. <a href=\"#preposities\">Voorzetsels (<em>preposities<\/em>)<\/a><br \/>4. <a href=\"#conjuncties\">Voegwoorden (<em>conjuncties<\/em>)<\/a><br \/>5. <a href=\"#pronomina\">Voornaamwoorden (<em>pronomina<\/em>)<\/a><br \/>6. <a href=\"#artikels\">Lidwoorden (<em>artikels<\/em>)<\/a><\/td>\r\n<\/tr>\r\n<\/tbody>\r\n<\/table>\r\n<\/figure>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n\r\n\r\n<p><br \/><a id=\"woordvolgorde\"><\/a><\/p>\r\n\r\n\r\n<hr class=\"wp-block-separator\" \/>\r\n\r\n\r\n<p><strong>Woordvolgorde<\/strong><\/p>\r\n\r\n\r\n\r\n<div class=\"BNNNvolgorde hiddenText text-showed\">\r\n<ul>\r\n<li>In Nederland blijven de hulpwerkwoorden in een werkwoordelijke eindgroep altijd samen<em> (&#8230; dat ik het <u>gedaan<\/u> <strong>zou hebben<\/strong><\/em> of <em>&#8230; dat ik het <strong>zou hebben<\/strong> <u>gedaan<\/u><\/em>). In Belgi\u00eb kan een verleden deelwoord of infinitief tussen de hulpwerkwoorden in staan (<em>&#8230; dat ik het <strong>zou <\/strong><u>gedaan<\/u> <strong>hebben<\/strong><\/em>). Zie <a href=\"http:\/\/taaladvies.net\/taal\/advies\/tekst\/37\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Taaladvies<\/a>.<\/li>\r\n<li>In Belgi\u00eb kan er een ander element in een werkwoordelijke eindgroep staan (<em>We zullen er wat <strong>moeten <\/strong><u>aan<\/u> <strong>doen<\/strong>, We hebben er twee weken <strong>moeten <\/strong><u>op<\/u> <strong>wachten<\/strong>.<\/em>). In Nederland blijven de werkwoorden in de eindgroep meestal samen (<em>We zullen er wat <u>aan<\/u> <strong>moeten doen<\/strong><\/em>).<\/li>\r\n<li>Er zijn nog losse voorbeelden van vari\u00ebrende woordvolgordes met hulpwerkwoorden in Nederland en Belgi\u00eb. Een woordvolgorde als <em>Hij vond dat hij niet <strong>komen hoefde<\/strong><\/em> is beperkt tot (het noordoostelijke deel van) Nederland. Typisch voor Belgi\u00eb is de volgorde <em>Hij zei dat hij nog wat <strong>blijven zitten was<\/strong><\/em>. (<a href=\"https:\/\/userblogs.fu-berlin.de\/dutch\/literatuur-kenmerken-belgisch-nederlands-en-nederlands-nederlands\/\">Haeseryn 1999<\/a>)<\/li>\r\n<\/ul>\r\n<\/div>\r\n\r\n\r\n\r\n<div class=\"wp-block-image\">\r\n<figure class=\"alignright\"><a href=\"#content\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" width=\"40\" height=\"40\" class=\"wp-image-666\" src=\"https:\/\/userblogs.fu-berlin.de\/dutch\/files\/2020\/04\/erhoehen-ansteigen2-e1585913571900.png\" alt=\"\" \/><\/a><\/figure>\r\n<\/div>\r\n\r\n\r\n\r\n<p>&nbsp;<\/p>\r\n\r\n\r\n\r\n<p>&nbsp;<\/p>\r\n\r\n\r\n<hr class=\"wp-block-separator\" \/>\r\n\r\n\r\n<p><strong>Werkwoorden (<em>verba<\/em>)<\/strong><\/p>\r\n\r\n\r\n\r\n<div class=\"BNNNww hiddenText text-showed\">\r\n<ul>\r\n<li>In Nederland is er een verschil in gebruikswaarde tussen <em>u kan\/kunt<\/em>, <em>u zal\/zult<\/em>: de vormen <em>kan<\/em>, <em>zal<\/em>, <em>wil <\/em>zijn meestal beperkt tot informeel taalgebruik. In Belgi\u00eb worden ze ook in formele contexten gebruikt (bv. televisiejournaal). Zie <a href=\"http:\/\/taaladvies.net\/taal\/advies\/vraag\/1464\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Taaladvies<\/a>.<\/li>\r\n<li>De zin <em><strong>Moest <\/strong>ik ziek worden, zoek dan een vervanger<\/em> is typisch voor Belgisch-Nederlands. Nederlanders gebruiken in een veronderstellende bijzin de werkwoordsvorm <strong><em>mocht<\/em><\/strong> of ze kiezen voor een constructie met <em>als<\/em> (<em><strong>Als <\/strong>ik ziek word, zoek dan een vervanger<\/em>). Zie <a href=\"http:\/\/taaladvies.net\/taal\/advies\/vraag\/557\/moest_ik_kunnen\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Taaladvies<\/a>.<\/li>\r\n<li>Het werkwoord <em>hoeven <\/em>in een ontkennende zin wordt in Belgi\u00eb minder gebruikt dan in Nederland. Nederlanders zeggen <em>Je <strong>hoeft <\/strong>niet te komen<\/em> (&#8216;Het is niet nodig dat je komt.&#8217;). In Belgi\u00eb hoor je meestal <em>Je <strong>moet <\/strong>niet komen<\/em>. Dat kan voor Nederlanders verwarrend zijn, omdat <em>Je moet niet komen<\/em> voor hen een andere betekenis heeft, namelijk: het drukt een advies uit (&#8216;Het is beter dat je niet komt.&#8217;). Zie <a href=\"http:\/\/taaladvies.net\/taal\/advies\/vraag\/386\/hoeven_moeten_in_ontkennende_zin\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Taaladvies<\/a>.<\/li>\r\n<li>Soms gebruikt men in Belgi\u00eb het hulpwerkwoord <em>zijn <\/em>ter vorming van voltooide tijden bij werkwoorden waar Nederlanders <em>hebben <\/em>gebruiken: <em>Zij <u><strong>is<\/strong><\/u> niet <strong>durven gaan<\/strong>, Hij <u><strong>is<\/strong><\/u> niet <strong>kunnen komen<\/strong><\/em> (zie <a href=\"http:\/\/taaladvies.net\/taal\/advies\/vraag\/362\/hebben_zijn_hij_is_heeft_binnen_kunnen_komen\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Taaladvies<\/a>) en (in de spreektaal) <em>Ik <strong><u>ben<\/u> gewonnen<\/strong><\/em> (zie <a href=\"http:\/\/taaladvies.net\/taal\/advies\/vraag\/1271\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Taaladvies<\/a>). Nederlanders zeggen <em>Ik <strong><u>heb<\/u> gewonnen<\/strong><\/em> en ze kiezen meestal voor <em>hebben <\/em>in <em>Zij <u><strong>heeft<\/strong><\/u> niet <strong>durven gaan<\/strong><\/em>, <em>Hij <strong><u>heeft<\/u> <\/strong>niet <strong>kunnen komen<\/strong><\/em>.<\/li>\r\n<li>In combinatie met <em>komen <\/em>zijn er twee constructies: 1. <em>Daar <strong>komt <\/strong>hij al <u><strong>aangereden<\/strong><\/u><\/em>; 2. <em>Daar <strong>komt <\/strong>hij al <u><strong>aanrijden<\/strong><\/u><\/em>. Constructie 1, met een deelwoord, komt vaker voor in Belgi\u00eb. Constructie 2, met een infinitief, komt vaker voor in Nederland. Zie <a href=\"http:\/\/taaladvies.net\/taal\/advies\/vraag\/458\/komen_aanrijden_aangereden\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Taaladvies<\/a>.<\/li>\r\n<li>In Belgi\u00eb komt de constructie <em>om <\/em>+ infinitief voor: <em>Het is mooi <strong>om zien<\/strong><\/em>, <em>Goed <strong>om weten<\/strong><\/em>. In Nederland mag <em>te <\/em>voor de infinitief niet ontbreken: <em>Het is mooi <strong>om <u>te<\/u> zien<\/strong>, Goed <strong>om <u>te<\/u> weten<\/strong><\/em>. Zie <a href=\"http:\/\/taaladvies.net\/taal\/advies\/vraag\/962\/om_infinitief\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Taaladvies<\/a>.<\/li>\r\n<li>In Belgi\u00eb wordt <em>te <\/em>ook vaak weggelaten bij <em>durven<\/em>: <em>Ik weet niet of ik hem dat <strong>durf vragen<\/strong><\/em>. Nederlanders gebruiken altijd <em>te <\/em>na <em>durven<\/em>. Zie <a href=\"http:\/\/taaladvies.net\/taal\/advies\/vraag\/234\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Taaladvies<\/a>. Hetzelfde geldt voor <em>beginnen\/proberen + te<\/em>, bv. <em>Hij moet <strong>beginnen\/proberen werken<\/strong><\/em>. Zie <a href=\"http:\/\/taaladvies.net\/taal\/advies\/vraag\/84\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Taaladvies<\/a>.<\/li>\r\n<li>In Belgi\u00eb worden sommige werkwoorden wederkerend gebruikt terwijl dat in Nederland niet kan, bv. <em>situeren<\/em>: <em>De grote finale <strong>situeert <u>zich<\/u><\/strong> in de laatste week<\/em>. Nederlanders kiezen een andere formulering. Zie <a href=\"http:\/\/taaladvies.net\/taal\/advies\/vraag\/739\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Taaladvies<\/a>.<\/li>\r\n<\/ul>\r\n<\/div>\r\n\r\n\r\n\r\n<div class=\"wp-block-image\">\r\n<figure class=\"alignright\"><a href=\"#content\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" width=\"40\" height=\"40\" class=\"wp-image-666\" src=\"https:\/\/userblogs.fu-berlin.de\/dutch\/files\/2020\/04\/erhoehen-ansteigen2-e1585913571900.png\" alt=\"\" \/><\/a><\/figure>\r\n<\/div>\r\n\r\n\r\n\r\n<p>&nbsp;<\/p>\r\n\r\n\r\n\r\n<p>&nbsp;<\/p>\r\n\r\n\r\n<hr class=\"wp-block-separator\" \/>\r\n\r\n\r\n<p><strong>Voorzetsels (<em>preposities<\/em>)<\/strong><\/p>\r\n\r\n\r\n\r\n<div class=\"BNNNvz hiddenText text-showed\">\r\n<ul>\r\n<li>In Belgi\u00eb wordt het voorzetsel <em>aan <\/em>vaak gebruikt in gevallen waar dat voor Nederlanders niet kan. Bijvoorbeeld bij een prijsaanduiding: <em><strong>aan <\/strong>50 cent per stuk, <strong>aan <\/strong>verminderde prijzen<\/em>. In Nederland kiest men <em>voor, (voor 10 euro), tegen <\/em>(<em>tegen een kleine vergoeding<\/em>) of <em>\u00e0<\/em> (<em>\u00e0 50 cent per stuk<\/em>). Dit laatste voorzetsel wordt in Belgi\u00eb niet gebruikt. Zie <a href=\"http:\/\/taaladvies.net\/taal\/advies\/vraag\/8\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Taaladvies<\/a>.<\/li>\r\n<li>In Belgi\u00eb worden samengetrokken voorzetsels gebruikt, bv. <em><strong>doorheen <\/strong>het jaar<\/em>, die in Nederland los staan: <em><strong>door <\/strong>het jaar <strong>heen<\/strong><\/em>. Alternatief:<em> tijdens het jaar<\/em>. Zie <a href=\"http:\/\/taaladvies.net\/taal\/advies\/vraag\/1589\/doorheen_het_jaar_door_het_jaar_heen_tijdens_het_jaar\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Taaladvies<\/a>.<\/li>\r\n<li>Er zijn verschillen in tijdsaanduidingen. In Belgi\u00eb zegt men vaak <em>kwart <strong>na <\/strong>twee<\/em>; in Nederland altijd <em>kwart <strong>over <\/strong>twee<\/em>. Zie <a href=\"http:\/\/taaladvies.net\/taal\/advies\/vraag\/564\/na_over_tien_drie\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Taaladvies<\/a>.<\/li>\r\n<li>Er zijn verschillen in plaatsaanduidingen. In Belgi\u00eb zegt men vaak<em> <strong>te <\/strong>Leuven<\/em>; in Nederland bijna altijd <em><strong>in <\/strong>Leuven<\/em>. Nederlanders vinden <em>te <\/em>formeler. Zie <a href=\"http:\/\/taaladvies.net\/taal\/advies\/vraag\/1277\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Taaladvies<\/a>.<\/li>\r\n<\/ul>\r\n<\/div>\r\n\r\n\r\n\r\n<div class=\"wp-block-image\">\r\n<figure class=\"alignright\"><a href=\"#content\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" width=\"40\" height=\"40\" class=\"wp-image-666\" src=\"https:\/\/userblogs.fu-berlin.de\/dutch\/files\/2020\/04\/erhoehen-ansteigen2-e1585913571900.png\" alt=\"\" \/><\/a><\/figure>\r\n<\/div>\r\n\r\n\r\n\r\n<p>&nbsp;<\/p>\r\n\r\n\r\n\r\n<p>&nbsp;<\/p>\r\n\r\n\r\n<hr class=\"wp-block-separator\" \/>\r\n\r\n\r\n<p><strong>Voegwoorden (<em>conjuncties<\/em>)<\/strong><\/p>\r\n\r\n\r\n\r\n<div class=\"BNNNvw hiddenText text-showed\">\r\n<ul>\r\n<li>In Belgi\u00eb wordt in de spreektaal voor een verleden gebeurtenis vaak <em>als <\/em>gebruikt,<em> bv. <strong>Als <\/strong>wij klein waren, gingen we vaak naar zee<\/em>. In Nederland gebruikt men dan <em>toen<\/em>. Zie <a href=\"http:\/\/taaladvies.net\/taal\/advies\/vraag\/1308\/toen_als_wanneer_verleden_tijd\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Taaladvies<\/a>.<\/li>\r\n<li>In Belgi\u00eb wordt vaker het voegwoord <em>opdat<\/em> gebruikt, dikwijls in combinatie met <em>zouden <\/em>(<em>We stellen alles in het werk <strong>opdat <\/strong>de problemen snel <u>zouden<\/u> worden opgelost<\/em>). In Nederland is <em>opdat <\/em>niet zo gebruikelijk en zegt men liever <em>zodat <\/em>of <em>om<\/em>. Zie <a href=\"http:\/\/taaladvies.net\/taal\/advies\/vraag\/629\/opdat_zodat\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Taaladvies<\/a>.<\/li>\r\n<li>In Belgi\u00eb wordt het voegwoord <em>zodra <\/em>vaak gecombineerd met <em>van <\/em>(<em><strong>Van zodra<\/strong> ik thuis ben, zal ik bellen<\/em>). Nederlanders voegen geen <em>van <\/em>toe (<em><strong>Zodra <\/strong>ik thuis ben&#8230;<\/em>). Zie <a href=\"http:\/\/taaladvies.net\/taal\/advies\/vraag\/832\/van_zodra_zodra\/\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Taaladvies<\/a>.<\/li>\r\n<li>In Belgi\u00eb wordt <em>eenmaal <\/em>gebruikt als voegwoord (<em><strong>Eenmaal <\/strong>de goedkeuring is gegeven, kan er geen beroep meer worden aangetekend<\/em>). Nederlanders gebruiken <em>zodra <\/em>of <em>wanneer<\/em>. Zie <a href=\"http:\/\/taaladvies.net\/taal\/advies\/vraag\/243\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Taaladvies<\/a>.<\/li>\r\n<li>In Belgi\u00eb wordt <em>eens <\/em>gebruikt als voegwoord (<em><strong>Eens <\/strong>de goedkeuring is gegeven, kan er geen beroep meer worden aangetekend<\/em>). Nederlanders gebruiken <em>zodra <\/em>of <em>wanneer<\/em>. Zie <a href=\"http:\/\/taaladvies.net\/taal\/advies\/vraag\/243\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Taaladvies<\/a>.<\/li>\r\n<\/ul>\r\n<\/div>\r\n\r\n\r\n\r\n<div class=\"wp-block-image\">\r\n<figure class=\"alignright\"><a href=\"#content\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" width=\"40\" height=\"40\" class=\"wp-image-666\" src=\"https:\/\/userblogs.fu-berlin.de\/dutch\/files\/2020\/04\/erhoehen-ansteigen2-e1585913571900.png\" alt=\"\" \/><\/a><\/figure>\r\n<\/div>\r\n\r\n\r\n\r\n<p>&nbsp;<\/p>\r\n\r\n\r\n\r\n<p>&nbsp;<\/p>\r\n\r\n\r\n<hr class=\"wp-block-separator\" \/>\r\n\r\n\r\n<p><strong>Voornaamwoorden (<em>pronomina<\/em>)<\/strong><\/p>\r\n\r\n\r\n\r\n<div class=\"BNNNvnw hiddenText text-showed\">\r\n<ul>\r\n<li>In de spreektaal in Belgi\u00eb (zeker in <a href=\"https:\/\/userblogs.fu-berlin.de\/dutch\/nederlands-taalgebied\/belgie\/taalvarieteit-belgie\/vlaamse-tussentaal\/\">Tussentaal<\/a>) wordt <em>gij\/ge<\/em> als aanspreekvorm voor de tweede persoon enkelvoud gebruikt, met als voorwerpsvorm <em>u<\/em>. Men probeert in de standaardtaal wel het systeem met <em>jij\/je<\/em> (voorwerpsvorm <em>jou<\/em>) en<em> u<\/em> (voorwerpsvorm <em>u<\/em>) te gebruiken, zoals in Nederland. Voor details, zie onze <a href=\"https:\/\/userblogs.fu-berlin.de\/dutch\/taalgebruik\/taalgebruik-op-de-werkvloer\/informatie-aanspreekvormen\/\">informatie over aanspreekvormen<\/a>.<\/li>\r\n<li>In de spreektaal in Nederland wordt het bezittelijk voornaamwoord <em>hun <\/em>wel eens als onderwerp gebruikt: <em><strong>Hun <\/strong>hebben gelijk<\/em> in plaats van <em><strong>Zij <\/strong>hebben gelijk<\/em>. Veel taalgebruikers veroordelen dat; zie <a href=\"https:\/\/onzetaal.nl\/taaladvies\/advies\/hun-hebben-zij-hebben\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Taaladvies<\/a>. Dit gebruik van <em>hun <\/em>komt in Belgi\u00eb niet voor.<\/li>\r\n<li>In Nederland staat er een wederkerend voornaamwoord bij <em>bij hebben<\/em>, bv. <em>Hij <strong>heeft <\/strong>geen geld <strong>bij <\/strong><u><strong>zich<\/strong><\/u><\/em>. In Belgi\u00eb wordt het voornaamwoord vaak weggelaten: <em>Hij <strong>heeft <\/strong>geen geld <strong>bij<\/strong><\/em>.<\/li>\r\n<\/ul>\r\n<\/div>\r\n\r\n\r\n\r\n<div class=\"wp-block-image\">\r\n<figure class=\"alignright\"><a href=\"#content\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" width=\"40\" height=\"40\" class=\"wp-image-666\" src=\"https:\/\/userblogs.fu-berlin.de\/dutch\/files\/2020\/04\/erhoehen-ansteigen2-e1585913571900.png\" alt=\"\" \/><\/a><\/figure>\r\n<\/div>\r\n\r\n\r\n\r\n<p>&nbsp;<\/p>\r\n\r\n\r\n\r\n<p>&nbsp;<\/p>\r\n\r\n\r\n<hr class=\"wp-block-separator\" \/>\r\n\r\n\r\n<p><strong>Lidwoorden (<em>artikels<\/em>)<\/strong><\/p>\r\n\r\n\r\n\r\n<p style=\"padding-left: 30px\">Binnen Nederland of binnen Vlaanderen kunnen bepaalde woorden zowel met <em>het <\/em>als met <em>de <\/em>gecombineerd worden, soms met een betekenisverschil, bv. <em>de\/het idee<\/em>, <em>de\/het aanrecht<\/em>, <em>de\/het stempel<\/em>. Daarnaast kiezen Nederlanders en Belgen soms een ander lidwoord, vooral in de spreektaal. In Belgi\u00eb hoor je vaak (en lees je soms ook): <em>de moment<\/em>, <em>de cadeau<\/em>, <em>de nummer<\/em>, <em>het kraam<\/em>, <em>het wc<\/em>, <em>het deken<\/em>. Nederlanders zeggen en schrijven: <em>het moment<\/em>, <em>het cadeau<\/em>, <em>het nummer, de kraam, de wc, de deken<\/em>. In de regio Antwerpen zegt men <em>het stad<\/em> (= Antwerpen) en <em>het school<\/em>.<\/p>\r\n\r\n\r\n\r\n<div class=\"wp-block-image\">\r\n<figure class=\"alignright\"><a href=\"#content\"><img loading=\"lazy\" decoding=\"async\" width=\"40\" height=\"40\" class=\"wp-image-666\" src=\"https:\/\/userblogs.fu-berlin.de\/dutch\/files\/2020\/04\/erhoehen-ansteigen2-e1585913571900.png\" alt=\"\" \/><\/a><\/figure>\r\n<\/div>\r\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Grammaticale verschillen Belgi\u00eb en Nederland De taalkundige Walter Haeseryn (1996, 1999) stelde vast dat Belgi\u00eb en Nederland het grootste deel van de grammaticaregels gemeenschappelijk hebben. De variatie op het gebied van de grammatica is dus beperkt. Verder is het zo dat de meeste verschillen geen absolute verschillen zijn maar graduele verschillen, met andere woorden: een &#8230; <a title=\"Belgi\u00eb en Nederland: grammaticale verschillen\" class=\"read-more\" href=\"https:\/\/userblogs.fu-berlin.de\/dutch\/nederlands-taalgebied\/belgie\/taalvarieteit-belgie\/belgie-en-nederland-grammaticale-verschillen\/\" aria-label=\"Lees meer over Belgi\u00eb en Nederland: grammaticale verschillen\">Lees verder<\/a><\/p>\n","protected":false},"author":4743,"featured_media":0,"parent":204,"menu_order":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","meta":{"footnotes":""},"class_list":["post-460","page","type-page","status-publish"],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/userblogs.fu-berlin.de\/dutch\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/460","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/userblogs.fu-berlin.de\/dutch\/wp-json\/wp\/v2\/pages"}],"about":[{"href":"https:\/\/userblogs.fu-berlin.de\/dutch\/wp-json\/wp\/v2\/types\/page"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/userblogs.fu-berlin.de\/dutch\/wp-json\/wp\/v2\/users\/4743"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/userblogs.fu-berlin.de\/dutch\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=460"}],"version-history":[{"count":6,"href":"https:\/\/userblogs.fu-berlin.de\/dutch\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/460\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":3845,"href":"https:\/\/userblogs.fu-berlin.de\/dutch\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/460\/revisions\/3845"}],"up":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/userblogs.fu-berlin.de\/dutch\/wp-json\/wp\/v2\/pages\/204"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/userblogs.fu-berlin.de\/dutch\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=460"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}