Aanspreekvormen

Hier vind je 6 oefeningen over:

  • de taalvariatie: Belgisch-Nederlands & Vlaamse-Tussentaal & Nederlands-Nederlands
  • de taalfunctie: Aanspreekvormen
Oefeningen
  1. Luister naar het audiofragment in het Nederlands-Nederlands. Welke aanspreekvorm hoor je? (Audio)
  2. Luister naar het audiofragment in het Belgisch-Nederlands. Welke aanspreekvorm hoor je? (Audio)
  3. Luister naar het audiofragment. Wat hoor je? (Audio)
  4. Luister naar het audiofragment. Wat hoor je? (Audio)
  5. Luister naar de audiofragmenten in Vlaamse Tussentaal. Sleep het audiofragment naar de juiste ‘vertaling’. (Audio)
  6. Luister naar de audiofragmenten. Fragmenten 1-3 zijn zinnen in het Nederlands-Nederlands. Fragmenten 4-6 zijn zinnen in Vlaamse Tussentaal met de aanspreekvorm gij / ge. Typ het Nederlands-Nederlandse fragment naar het juiste equivalent. (Audio)


 

ga verder

 


 

ga verder

 

 

3. Luister naar het audiofragment.

 

ga verder

 

 

4. Luister naar het audiofragment.

 

ga verder

 

 

5. Luister naar de audiofragmenten in Vlaamse Tussentaal.

 

ga verder

 

 

6.